Elk superheldenverhaal komt met vechtpartijen, moed en een serieuze identiteitscrisis. Dat is in dit anarchistische, gruizige punkverhaal niet anders. Maar hier strijdt de held du jour niet in z’n eentje tegen rivaliserende bendes, criminelen en de Amerikaanse president. Nee, in Matapanki vormen vriendschappen de échte superkracht.
Ricardo en zijn vrienden zitten altijd op zwart zaad en leven voor de roes, illegale concerten en ouderwetse knokpartijen. Eensgezind bereiden ze zich voor op een nieuwe avond in de mosh pit en de oma van Ricardo – bij wie hij woont – paft gezellig een blowtje mee. Het zal de laatste ‘normale’ avond worden voor deze hechte vriendengroep. In de voortdurende zoektocht naar alcohol treft Ricardo in een schimmig hoekje buiten de concertzaal een onbekend brouwsel aan dat hij zonder aarzelen naar binnen klokt. Kaboom! Kapow! Pats! Daarna ontwaakt hij met gescheurde kleren en blijkt er zich van alles hebben voorgedaan op die plek. Hij moet het terug zien op het nieuws, want zelf weet hij er niets meer van.
Snel daarna begrijpt Ricardo dat hij na elke slok uit die mysterieuze fles extreem sterk wordt: hij rukt per ongeluk klinken uit deuren en gooit kasten tegen de muur als hij iets op wil pakken. Hij is geen gewone punker meer, maar een man met superkrachten. En daar moet je iets mee. Zijn vrienden zijn aanvankelijk ook enthousiast: lokale knokpartijen – waaraan dames naar hartelust meedoen – zijn veel toffer als je superkrachten in je midden hebt. Bemoeizuchtige politieagenten schakel je uit met een pink. Lachen! Maar al snel ontdekt Ricardo, die inmiddels ‘Matapaki’ genoemd wordt, dat er ook een keerzijde zit aan zijn speciale gave. Hij raakt in een identiteitscrisis die gaandeweg ook z’n weerslag heeft op zijn eens zo hechte vriendenkring. Matapanki wil zich het liefst terugtrekken en zijn superkrachten aan de wilgen hangen. Maar wanneer zijn oma spoorloos verdwijnt, de Chileense president sterft en Amerikanen met hun kapitalisme, pompeuze leger en achterlijke president (met een Spaans accent!) willen binnen marcheren, hebben Matapanki én zijn vrienden geen keus meer: Game on, motherfuckers!
Het maakplezier knalt van het scherm in deze onvergelijkbare jongerenfilm met de nodige maatschappijkritiek. Het scenario is geinig en volstrekt van de pot gerukt, maar het is vooral de vorm die zo verrukkelijk uitpakt. Werkelijk níets ziet er gelikt uit en dat past naadloos in dit Chileense punkuniversum. Alles zit met veiligheidsspelden, ducttape en touwtjes aan elkaar. De acteurs spelen uitvergroot als stripfiguren, hun stunts zijn ronduit houterig en de special-effects zijn van het niveau papier-maché.
Als Matapanki bijvoorbeeld een dief een gestolen telefoon afhandig maakt – hij wil in het begin nog best zonder wroeging de held spelen – rukt hij de complete arm van die gast af, die zo te zien gemaakt is van huisvlijt en kledingstukken. Zelfs Matapanki’s superheldenpak is op de thuisnaaimachine van zijn vriendin gemaakt.
Hoewel deze punkers eigentijds zijn – ze hebben wel degelijk smartphones en spelen videogames – zijn sociale media hier geen thema. Wel drank, drugs, anarchisme, muziek, rondhangen en hechte vriendschappen. Het eigentijdse, kernachtige sprookje is gefilmd in gruizig zwart-wit, met extreme contrasten. De scènes zijn soms chaotisch in beeld gebracht en in dezelfde stijl gemonteerd. Ook de visual effects zijn schijnbaar uit de losse pols gemaakt: met kleurkrijt getekende vormen over de actie, vergelijkbaar met de manier waarop in strips beweging gesuggereerd wordt. Soms komen er ook dikke verfklodders voorbij, als uitroeptekens binnen deze context. Dit alles wordt vanzelfsprekend begeleid door een knalharde punksoundtrack.
Matapanki gaat over die eeuwenoude sturm und drang van jongeren en hun strijd tegen oudere, gecorrumpeerde generaties die vooral uit zijn op meer macht en geld. De beuk erin! Als film is Matapanki met weinig anders te vergelijken. Ja, het is een superheldenfilm. En ja, er komen elementen van coming of age-films en actiekomedies voorbij. Maar Diego ‘Mapache’ Fuentes heeft met zijn filmdebuut schijt gehad aan de verwachtingen van wie dan ook. De maaklust, energie en plezier spatten van het scherm. Zo ook een mooie dosis humor en diverse verwijzingen naar andere films: nadat Matapanki verhaal is gaan halen bij de zwaarbewaakte vice-president en vervolgens per ongeluk diens kop van z’n romp rukt, heeft iedereen er de volgende dag een gepeperde mening over. In documentaire-achtige vox-popjes van een nieuwsprogramma vertellen burgers uit alle lagen van de bevolking hoe zij tegenover die malle, anarchistische superheld staan. En dan blijkt in Fuentes’ eigenzinnige avontuur zelfs Spider-Man er iets van te vinden.






