Homofobie leidt tot zombificatie in deze eigenzinnige en broeierige horrorfilm uit de Dominicaanse Republiek. Een film die genoeg stof tot napraten biedt.
No Salgas is zo’n horrorfilm die prettig weinig uitlegt. Waar het kwaad in deze Dominicaanse queer coming-of-age vandaan komt, wat het precies wil… daar mag je als kijker zelf je interpretaties op los laten. Een ding staat vast: er is iets goed mis op het Caribische eiland.
Wie dat na het bloederige in medias res waarmee de film aanvangt nog niet doorhad, krijgt dat wel in de gaten wanneer het vriendinnetje van geneeskundestudent Liz (Cecile van Welie) vermoord wordt door een duistere kracht. Om Liz af te leiden van deze traumatische gebeurtenis nemen haar vriendinnen haar mee voor een weekendje weg uit de stad. Daar ontmoet Liz de charismatische Jessie (Camila Santana). De twee raken ontegenzeggelijk tot elkaar aangetrokken. Maar durft Liz zich opnieuw open te stellen voor een romance?
Regisseur Victoria Linares Villegas baseerde haar film op haar eigen ervaringen. Opgroeien als lesbische jonge vrouw in de conservatieve Dominicaanse samenleving ging gepaard met angst en onzekerheid. Gevoelens die ze samenbalde en tot uiting bracht in haar script voor No Salgas (haar speelfilmdebuut, Villegas heeft al een aantal documentaires op haar naam staan). Daarmee staat Villegas in een traditie van filmmakers die in horror hun vorm vonden om de queer ervaring te verbeelden – denk bijvoorbeeld aan Jane Schoenbrun en haar recente horrorsucces I Saw the TV Glow.
Homofobie is het monster in No Salgas. Haat manifesteert zich in deze film vrij letterlijk als een virus dat tot zombificatie leidt en mensen de mogelijkheid tot denken en empathie ontneemt. En toch kun je No Salgas niet helemaal reduceren tot eenvoudige metaforen. Daarvoor is de film te ongrijpbaar en laat het genoeg ruimte aan de kijker om zelf invulling te geven. Want is homofobie een maatschappelijk monster van buitenaf? Een geïnternaliseerd monster dat overwonnen moet worden? Een ingebeeld monster? No Salgas levert genoeg stof tot napraten.
Die dubbelzinnigheid heeft ook met Villegas’ eigenzinnige keuzes te maken. Ze durft de tijd te nemen om romantische spanning op te bouwen. Geduldig laat ze personages om elkaar heen cirkelen, een steelse blik vangen. Het levert een film op die meer nog dan een horrorfilm vooral een fijne coming-of-age is. Verteld in het lome tempo van de zomer, met veel gehang aan het zwembad en geroddel over wie het met wie doet. Villegas maakte zo een origineel en geheel eigen portret van de Gen Z-middenklasse in de Dominicaanse Republiek. Een film waarin de personages niet – zoals in cynischere Amerikaanse slashers – slechts slachtvee zijn, maar mensen van vlees en bloed. Met gevoelens en gedachten. Wensen en verlangens. En wij als kijkers verlangen met ze mee.




