Een Argentijnse politieman vlucht zonder geld en zonder plan de grens over naar Uruguay, en blijkt daar verrassend veel van kaas te weten. Un cabo suelto is een heerlijk droge komedie over verdwijnen en opnieuw beginnen, die ongemerkt van thriller naar western naar liefdesverhaal glijdt.
De titel is een woordgrap die alleen in het Spaans werkt. Een cabo is een korporaal, ongeveer de laagste rang die je bij de politie kunt hebben. Maar hetzelfde woord betekent ook het losse eind van een touw. Un cabo suelto is dus tegelijk “een losgeslagen korporaal” en “een los eindje”: precies het soort los eindje dat in misdaadverhalen wordt opgeruimd voordat het iemand verraadt. Allebei van toepassing.
Santiago (Sergio Prina) is die korporaal. Hij weet te veel over twee corrupte collega’s, en die willen hem liever kwijt. Dus steekt hij de grens over naar Uruguay, waar hij vooral probeert niet op te vallen. In de taxfreeshop op de grens ontmoet hij een winkelbediende (Pilar Gamboa), en wat daar begint is een van de aarzelendste, ontwapenendste flirts van het jaar.
Wie Santiago precies is en waarom hij op de vlucht is, houdt de film lekker lang vaag. Hendler geeft zijn hoofdpersoon nauwelijks voorgeschiedenis mee, en dat pakt goed uit: je leert hem kennen zoals de mensen die hij onderweg tegenkomt hem leren kennen, beetje bij beetje. En passant blijkt hij alles te weten over kaas, iets wat de film wijselijk nooit uitlegt en wat hem nog goed van pas komt ook.
Hendler filmt rustig en stil, met weinig camerabewegingen, zodat de droge humor alle ruimte krijgt. Daaronder ligt een soundtrack van spaarzame, schurende uithalen op een elektrische gitaar, met de galm ver open. Alles in deze film is understatement, en juist daardoor blijft het hangen.
In Latijns-Amerika is Daniel Hendler vooral bekend als acteur, en dat hoor je: de humor is mild, de timing is alles, en niemand in deze film doet ooit zijn best om grappig te zijn. De film ging in wereldpremière in Venetië en kreeg in San Sebastián een eervolle vermelding van de jury.
Wat begint als een klopjacht wordt zo langzaam iets heel anders: het verhaal van een man die pas iemand kan worden door alles kwijt te raken. De grens is hier geen gevaarlijke streep, maar een uitnodiging. Je komt de film uit met een vreemd soort opluchting, alsof je zelf even bent verdwenen.







