De vorm waarin het interview met de Chinese regisseur Xu Zao plaatsvindt, leert me eigenlijk meer over zijn geweldige animatiefilm Light Pillar dan de inhoud van het gesprek. Dat is natuurlijk raar. Maar dat was het ook.
Auteur: KEES Driessen
Ik werd naar een kamer geleid in het Berlinale Palast – hart van het filmfestival van Berlijn – helemaal aan het einde van een lange, matig verlichte gang die me nog niet eerder was opgevallen.
Het interview met regisseur Xu Zao, over zijn geweldige lange animatiefilm Light Pillar, zou één op één plaatsvinden en een klein half uur duren. Normaal gesproken doe je zoiets ergens een beetje achteraf, waar het rustiger is, maar wel in het zicht van de rest van het festival. Maar nu was het of ik ergens heen werd geleid waar we niet gezien mochten worden.
Ik wist niet hoe Xu eruitzag.
Toen de deur openging, zag ik drie Chinese mensen op een rij zitten, omringd door opgestelde banieren voor de film en de productiemaatschappij en Chinese animatie in het algemeen, alsof het een winkelstraat was waar mensen naar binnen gelokt moesten worden. Maar het was binnen, in een heel bescheiden hok, waar de banieren bijna tegen het plafond aan stootten, en wat überhaupt niemand ooit zou kunnen vinden. Achter me ging de deur dicht.
Ik was verward. De drie personen keken me aan, maar reageerden niet. Was een van hen Xu Zao? Daarna keek ik naar links, waar ook drie mensen zaten, achter een tafel dit keer. Eentje stond op. Dus dan was hij het?
Inderdaad, bleek na een rommelige introductie. De twee naast hem bleken de vertalers, van wie de ene telkens met vertalen begon, om dan te worden gecorrigeerd door de tweede. Vaak belandden ze in vrij lange onderlinge gesprekken, in het Chinees, waarna het antwoord dat ik kreeg meestal korter was dan ik had verwacht. Ondertussen wist ik achter mij de drie vertegenwoordigers van de Chinese animatie-industrie, zoals ik ze inmiddels had gecategoriseerd. Of waren het politieke censors, die in de gaten hielden of Xu niets verkeerds zei? En ik geen vragen stelde over Xi Jinping?
Op tafel lag het aantekenboekje van de interviewer voor me. Was die zo in de war geraakt dat die het boekje was vergeten? Of spartelend afgevoerd door de Chinese geheime dienst na een ongepaste vraag?
Het mooie aan deze hele situatie was, dat ik me direct kon voorstellen hoe Xu dit allemaal zou hebben geanimeerd. Het paste werkelijk naadloos bij de totaal geloofwaardige toon van lulligheid, machtsverhoudingen en maar zo’n beetje aanrommelen die zijn film Light Pillar zo’n groot genoegen maken.
Light Pillar is een geanimeerde near-future scifi-romkom met een duister randje, dat zich afspeelt in een opdrachtloze Chinese openluchtfilmstudio met verwaarloosde sets, waar mijn drie zwijgende Chinezen op een rijtje moeiteloos bij hadden gepast en waar, in het verhaal, een conciërge wordt opgelicht in de virtuele wereld waarin hij belandt als hij een VR-bril opzet. En niet alleen virtueel opgelicht – echt opgelicht.
Dit besef, dat ik me opeens in reality in een Xu-film kon bevinden, bood me meer inzicht in zijn werk, met al z’n verschillende werkelijkheidslagen, dan het gesprek dat erop volgde. Maar omdat we nu toch al bezig zijn, volgt hier een opgepoetste versie van mijn interview met Xu, via twee sparrende vertalers, en met de priemende ogen van het Chinese systeem in m’n rug.
Je tekenstijl is plat en handmatig, maar voelt toch heel realistisch. Hoe echt zijn deze personages voor jou?
Xu Zao: “De hoofdpersoon is fictief en niet op een daadwerkelijk persoon gebaseerd. Ik wilde een representatie geven van een bepaald type naïeve man van middelbare leeftijd, die zich door een jonger iemand laat oplichten en het verschil niet goed ziet tussen wat waar en wat onwaar is. Maar ik zou denken dat er in de echte wereld een heleboel van zulke mensen rondlopen.”
Klopt het dat deze openluchtfilmstudio waar hij werkt – ook al is er niet echt veel te doen – gebaseerd is op echte studio’s?
“Ja, ik heb van tevoren meer dan tien Chinese filmstudio’s bezocht. En ik heb elementen van allemaal gecombineerd om deze studio te creëren.”
De studio ziet er ouderwets en vervallen uit. Is je film ook een hommage aan een ouder tijdperk van films maken?
“Nou, veel van de sets die je ziet zijn gebaseerd op Chinese films en televisieseries, dus in die zin is het inderdaad een hommage.”
Ah, dus terwijl ik de Sfinx, het Kremlin en de Verboden Stad herken, zal een Chinees publiek meer locaties herkennen?
“Ja, ik maakte me eerlijk gezegd een beetje zorgen dat een Chinees publiek zich meer verbonden zou voelen met de film, omdat allerlei sets naar Chinese films verwijzen. Maar in de praktijk blijken buitenlandse kijkers die connectie ook te voelen. Cultuur is niet alles. De verbinding die je voelt via je ervaren emoties is universeel.”
Persoonlijk houd ik erg van VR. En ik heb geloof ik nog nooit eerder dit idee gezien om de werkelijkheid te animeren en juist de virtuele wereld, als hij de VR-bril opzet, live-action te filmen.
“Mijn achtergrond is in animatie, dus daar begon ik mee. Vervolgens zocht ik naar een andere vorm voor de virtual reality. En live-action vormt dan het grootste verschil. Ik wilde een sterk contrast: de 2D-geanimeerde werkelijkheid is saaier en vlakker; de live-action virtuele wereld is levendiger en kleurrijker. En bovendien scheelt live-action filmen een hoop geld! We hebben maar vijf dagen gefilmd en dat leverde twintig minuten film op.”
Dat tikt lekker aan! Maar wat me trof was dat, hoewel de wereld in VR heel anders en veel mooier is, onze conciërge niet verandert. Hij is nog steeds verlegen, nog steeds stil.
“Virtual reality verandert niet wie je werkelijk bent. Maar ik wil wel toevoegen dat het voor mij, persoonlijk, prima is als iemand ervoor kiest om liever de hele dag in die virtuele wereld te zitten dan eropuit te gaan.”
Goed om te weten. Iets vergelijkbaars gebeurt met de sciencefiction-elementen. De wereld op het scherm is anders dan de onze, maar het lijkt de mensen helemaal niet veranderd te hebben. Ze hebben een Roomba met hoogintelligente AI, maar verder verandert dat hun leven nauwelijks.
“Nou ja, het is de nabije toekomst. Dus dan zijn we inderdaad niet heel anders.”
Goed om te weten. Iets vergelijkbaars gebeurt met de sciencefiction-elementen. De wereld op het scherm is anders dan de onze, maar het lijkt de mensen helemaal niet veranderd te hebben. Ze hebben een Roomba met hoogintelligente AI, maar verder verandert dat hun leven nauwelijks.
“Nou ja, het is de nabije toekomst. Dus dan zijn we inderdaad niet heel anders.”
Wanneer speelt het zich volgens jou af?
“Over vijf, misschien tien jaar?”
Hebben we over vijf jaar al zo’n Roomba?!
“Ik denk dat AI misschien harder gaat dan veel mensen denken.”
Misschien dat robots in China ook al meer onderdeel uitmaken van het dagelijks leven dan bij ons.
“Ja, Chinese robots zijn zeer geavanceerd. Net als AI voor het maken van films. Misschien heb ik over een paar jaar wel geen baan meer haha!”
Maar zelf gebruik je nog geen AI.
“Nee.”
Maar wel klei-animatie, voor het filmpje dat hij op televisie ziet. Is dat nog weer een ander werkelijkheidsniveau?
“Ja, de werkelijkheid van de film is 2D-animatie en deze stopmotion klei – of eigenlijk is het niet echt klei, maar een samengesteld materiaal – is levendiger dan de 2D en vervolgens is de VR in 3D live-action nog levendiger, dus zo wilde ik lagen aanbrengen in zijn ervaren realiteit.”
Het voelt nostalgisch, die stopmotion. En bijna het tegenovergestelde van AI-computeranimatie. Juist heel erg handmatig.
“Ja, het is een techniek die je tegenwoordig steeds minder tegenkomt.”
De laatste jaren krijgen we hier steeds meer Chinese lange animatie te zien. Wat vind je van deze groei van het medium in China?
“Ik weet niet of de films steeds beter worden, maar het aantal neemt in elk geval toe. En bovendien in verschillende stijlen en dat is wat mij betreft iets goeds.”
Ik ken de films van Liu Jian, die ook hier op de Berlinale werden vertoond. Zoals Have a Nice Day en Art School 1994. Voel jij je aan hem verwant?
“Ja, omdat we ons allebei op de werkelijkheid richten. Ik ken Liu Jian goed. Hij komt uit Nanjing en richt zich op de zuidelijke helft van China en wat zich daar voordoet. Ik kom uit het noorden, dus we hebben een andere focus.”
Ah, dus jullie hebben het land onderling verdeeld. En jij kreeg het noorden.
“Jep.”
Het meest opvallende verschil tussen jullie is dat hij een heleboel woorden gebruikt. En jij niet.
“In deze film niet nee. Eén reden daarvoor was dat de lipbewegingen moesten passen bij de uitspraak, wat een heleboel werk is haha!”


























































































